Voor de oprichting van een nieuw fond is gecommitteerd kapitaal van investeerders een eerste stap. Met de investeerder wordt een investeringsovereenkomst gesloten, waarin de voorgenomen oprichting van het fonds en de gang van zaken daaromtrent zijn vastgelegd. Tevens is hierin vastgelegd welk bedrag, met een minimum van € 50.000, de investeerder in het fonds wenst te investeren. Dit bedrag wordt doorgaans in meerdere tranches opgevraagd, zodat het kapitaal dat gestort is door de investeerders op korte termijn door het fonds geïnvesteerd kan worden.
Bij oprichting van het fonds worden aandelen uitgegeven aan elke investeerder op basis van het gecommitteerd kapitaal. Aan de aandelen is stemrecht toegekend op basis van waarvan de investeerder invloed kan uitoefenen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA).
In sommige gevallen is het fiscaal gunstiger om deel te nemen in het fonds samen met andere investeerders via een Commanditaire Vennootschap. Bij voldoende belangstelling wordt deze CV opgericht door TIIN Beheer, in de rol van beherend vennoot. Deelname via een CV betekent dat de aandelen worden uitgegeven aan de beherend vennoot. De commanditaire vennoten hebben pro rata parte recht op een aandeel in het resultaat. Officieel verloopt het stemrecht via de Algemene Vergadering van Vennoten (AVV) van de CV. In de praktijk krijgen de vennoten een uitnodiging voor de AVA van het fonds, waar de inbreng van alle aandeelhouders (direct en indirect) gelijk wordt gewaardeerd.
Toezicht op het bestuur van het fonds vindt plaats door de Raad van Commissarissen (RvC). De RvC bestaat uit drie commissarissen en komt minimaal vier keer per jaar bij elkaar. Voor elke investering wordt een participatievoorstel ter goedkeuring voorgelegd aan de RvC. Het fondsmanagement heeft hiervoor geen goedkeuring nodig van de AVA.
Elk jaar vindt accountantscontrole plaats op de financiële administratie en worden de werkprocessen gecontroleerd. De jaarrekening wordt vastgesteld in de AVA, meestal in juni. Voorts vindt er een AVA plaats aan het eind van elk jaar, waarin de investeerders op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen. Per kwartaal wordt een schriftelijke rapportage aan de aandeelhouders verstrekt.
De looptijd van een fonds varieert van 10 tot 15 jaar. Tijdens de looptijd is veelal eerst een afname zichtbaar in de waardering van het fonds. Dit is te verklaren doordat de waardering plaatsvindt volgens de richtlijnen van de European Venture Capital Association (EVCA). Op basis van het voorzichtigheidsbeginsel wordt doorgaans op enkele participaties een voorziening genomen, waardoor de waardering van het fonds daalt. Verkoop (exit) van een participatie heeft een groot effect op de waarde en het rendement van het fonds. Pas na exit van alle participaties zal blijken wat de marktwaarde is en wat het rendement van het fonds is.
Dit houdt in dat deelname in principe voor de gehele looptijd van het fonds is. Het wordt investeerders afgeraden om hun belang tussentijds verkopen.
Tegen het einde van de looptijd wordt het resultaat en het gerealiseerde rendement van het fonds berekend. Van de winst wordt eerst een cumulatief preferent rendement uitbetaald aan de investeerders. Het meerdere wordt door middel van een verdeelsleutel op basis van het gerealiseerde rendement verdeeld onder de verschillende aandeelhouders.
Bij tegenvallende resultaten zijn de investeerders beschermd door risicobeperkende constructies, welke, afhankelijk van het fondstype, door de overheid worden aangeboden. Bij het fondstype Buy-out/ Buy-in bestaat deze regeling uit verzekering van het investeringsbedrag, waarbij maximaal de helft van het geïnvesteerde bedrag door de Staat wordt vergoed. Bij het fondstype TechFund bestaat deze regeling uit het vermeerderen van de inleg in combinatie met een achtergestelde winstdeling.